Digitaal veiligheidsprogramma (DVP) bevordert veilig werken

Digitaal veiligheidsprogramma (DVP) bevordert veilig werken

Veiliger werken aan de infra van trein, metro en tram in Nederland. Daar gaat het om bij het digitaal veiligheidsprogramma (DVP). Het DVP omvat veel meer dan alleen een pasje of een app. Dat leggen we hier in het kort uit.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vielen elk jaar weer de nodige slachtoffers en zwaargewonden tijdens het werken aan het Nederlandse spoorwegnet. Bij de toenmalige Nederlandse Spoorwegen nam de directie initiatieven om het aantal incidenten terug te dringen. In de loop van de jaren kwamen er steeds meer veiligheidsregels en procedures om het werken veiliger te maken. Dit veiligheidsdenken kreeg een onverwachte impuls door een ongeval in 1995 waarbij drie infrawerkers om het leven kwamen.

Tekst loopt door onder de grafiek

Overzicht aantal dodelijke ongelukken bij werkzaamhedenaan het Nederlandse spoorwegnet

Het veiligheidsdenken, de voorschriften en het invoeren van het DVP hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het verminderen van het aantal slachtoffers tijdens het werken aan de Nederlandse spoorweginfrastructuur. In de boven afgebeelde cijfers zijn eventuele dodelijke slachtoffers bij de tram- en metrobedrijven niet meegenomen. Bronnen: ProRail en railAlert.

Duw in de goede richting

Toen de NS in de jaren negentig werd opgedeeld in aparte bedrijven, kwam er een organisatie (Railned) die veiligheid van de infrawerkers (en anderen) een forse duw in de goede richting moest geven. In de eerste tien jaren van deze eeuw volgden verder brancheafspraken over veilig werken en moest er zoveel mogelijk in buitendienststellingen aan de railinfra gewerkt worden. Het normale treinverkeer wordt in zo’n situatie gestaakt of omgeleid. Infrawerkers moeten dan nog wel rekening houden met werktreinen en ander materieel dat werkzaamheden verricht en een mogelijk gevaar vormt. In die jaren werd de bedrijfspas van de NS (en later van ProRail) vervangen door het DVP. Eerst als papieren document (veiligheidspaspoort), later als digitale pas. Ook de Stichting railAlert werd in die jaren in het leven geroepen. Het doel: als onafhankelijke organisatie nog betere afspraken te maken over veilig werken, om te overleggen tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers en het DVP verder uit te breiden. Doel: nul doden, nul gewonden.

Tekst loopt door onder de foto.

Veiligheidstrainingen werpen hun vruchten af. Praktische afspraken, zoals de Life Saving Rules, maken werkers aan de railinfra bewuster van de risico’s die ze lopen. Foto: railAlert.

Veiligheidstraining

De DVP-pas geeft iedereen vanaf zestien jaar na een training veiligheidsbewustzijn en toets toegang tot werkplekken aan het spoor van trein en metro in Nederland. De nadruk bij die training (en later ook tijdens de inspectie door de veiligheidsinspecteurs op de werkplek) ligt op de toepassing en de correctie naleving van de negen levensreddende regels, de Life Saving Rules. Deze inspecties zijn in 2017 gevoerd.

Voordat iemand het pasje in zijn of haar bezit krijgt, moet hij of zij wel een veiligheidstraining hebben gevolgd en geslaagd zijn voor de toets. Om dat te kunnen controleren is er de afgelopen jaren hard gewerkt aan een geavanceerd digitaal systeem achter het digitaal veiligheidsprogramma. Want in dat systeem is te zien of iemand bijvoorbeeld een bepaalde opleiding heeft gevolgd, welke toetsen hij/zij succesvol heeft behaald, maar ook wanneer iemand heeft gewerkt, zich heeft laten aanmelden op het werk en daar weer – na afmelding – is weggegaan. Het grote voordeel: de leidinggevenden en de veiligheidsmedewerkers op zo’n bouwplaats weten wie er werken en wat ze kunnen. Niemand mag onbewaakt achterblijven, zeker niet wanneer de trein- of metrodienst weer op gang komt. Nog een voordeel: in het systeem achter het DVP-programma kunnen “bevoegden” zien of iemand ook andere opleidingen heeft gevolgd en bijvoorbeeld vakbekwaam genoeg is om veilig aan de bovenleiding of aan de seinen te kunnen en mogen werken.

Tekst loopt door onder de foto.

Drukte tijdens werkzaamheden aan de sporen bij Den Haag Centraal. Veel mensen op een relatief kleine ruimte en de inzet van werkmaterieel vereisen dat de werkers op die plek de arbo-gevaren kennen en die risico’s leren ze kennen tijdens de veiligheidstraining die aan het verkrijgen van het DVP voorafgaat. Foto: ProRail, Jeroen Vloemans.

Brancheafspraken

Achter het dvp-pasje zit niet alleen een digitaal systeem, maar zijn ook juridisch bindende afspraken tussen en met werkgevers, vakbonden en de inspectiediensten van ministeries gemaakt. Deze zijn beschreven in officiële documenten. Zo bestaat er de Arbocatalogus voor de Railinfra (een verplichting die voortvloeit uit de Arbowet) en vormt het Normenkader Veilig Werken het centrale document waarin de afspraken over veilig werken aan de trein-, metro- en traminfrastructuur in hoofdlijnen zijn beschreven. Op basis van die hoofdlijnen zijn uitgewerkte voorschriften en brancherichtlijnen gemaakt. Dit zijn aparte documenten (die bindend zijn) voor het veilig werken aan de infrastructuur van trein, metro en tram. Ligt het accent bij die afspraken vooral op aanrijdgevaar, binnenkort volgen Voorschriften Veilig Werken voor hoog- en laagspanning, want ook niet te onderschatten elektrisering/elektrocutie vormen risico’s voor wie aan de bovenleiding of aan beveiligingsinstallaties moet werken.

Conclusie

De inspanning van de vele betrokken veiligheidsmensen, inspecties, werkgevers en werknemers en de invoering van de nodige voorschriften en regels hebben geleid tot een drastische afname van het aantal doden en (zwaar)gewonden. Al deze inspanningen hebben dus wel degelijk zin. Dat blijkt uit de cijfers.